
‘Pratende vogels’? of ‘Praten de vogels’? ‘That is the question.’ En die eenvoudige vraag blijkt net zo spannend als die of we nou moeten geloven wat een papegaai zegt.
Aan wat mensen opschrijven heb je niks. Niet veel tenminste als het gaat om begrip van het probleem of dieren kunnen praten. Zet de titel maar eens om in Cyrillisch schrift. In sierlijk Arabisch mag ook, of in glashelder Koreaans. Schrift berust gewoon op afspraken en die hebben weinig of niets van doen met de taal zelf. De titel was een aandachtstrekker, meer niet. Dit was het eerste hobbeltje. Over de waarde en duurzaamheid van menselijke afspraken komen we nog wel eens te spreken.
Talen verschillen. Hoe en waarom laat ik even terzijde. Voor nu volstaat de vaststelling dat een Rus, een Arabier en een Koreaan de dubbelzinnigheid van de titel niet zullen begrijpen. Als je snel spreekt is het verschil trouwens voor Romeins schrijvenden ook niet hoorbaar. Menselijke vertalers weten dit, Google Translate nog niet. Over AI later maar eens. Bestaat er een taal die dit mankement niet heeft, die ondubbelzinnig een of de werkelijkheid beschrijft? Nee. Je zult altijd moeten vragen hoe iemand het bedoelt. Krijgjenogmeerwoordenvaninhetmaaktnietuitwelketaal. Dit is de tweede hobbel.
Kan taal iets (zinnigs) over de werkelijkheid zeggen? Nou, het woord ‘vogel’ vliegt niet. Het verwijst hooguit naar iets met veren en voordat je er erg in hebt leuter je in het luchtledige. Wat bedoelen we precies met ‘praten’? En wat met ‘vogels’. Wat is, niet onbelangrijk, de betekenis van het woordje ‘de’? Kwestie van definities toch? Jazeker, denkconstructies, bedachte categorieën, concepten die voorkomen dat we ontredderd ten ondergaan in chaos. Als ik een koffie bestel wil ik geen motorolie geserveerd krijgen. ‘Chaos’ is trouwens ook maar een woord, handig maar het blijft behelpen. Wat zijn die concepten? En wat is dan dat denken? Kun je ook taalloos denken? De derde hobbel is de relatie tussen taal en denken. Eigenlijk is dit al meer een berg.
Hoe dan ook, taal vergemakkelijkt de communicatie. Uit mijn scholing herinner ik mij colleges die ingingen op het verschil tussen taal en communicatie. Met begrippen als ‘grammatica’ en ‘recursiviteit’ werd de scheidslijn tussen mens en dier haarscherp gemarkeerd en wij dienden ons bewust te zijn aan welke kant van de streep weons bevonden. Nog even los van die misplaatste uniciteitsclaim – de biologie heeft al die zogenaamd unieke menselijke eigenschappen al lang weggestreept, lees Frans de Waal maar: Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? – we naderen hier het ijle hooggebergte, want wat is dan bewustzijn?
’t Is duidelijk dat ik vandaag niet aan bergbeklimmen toe kom. Wat zegt die papegaai nou eigenlijk? Dit: “De mens is een vleugelloze kletskous die vandaag aan vliegen niet toekomt.”
Plaats een reactie