
Stil uit Waarom Wettelen? Dimitri Verhulst, 2024
Er is een theorie dat het leven absurd is. Je hoeft maar om je heen te kijken om te snappen dat dat een goeie theorie is. Ik geef een hint: onlangs tekende de cartoonmaakster Jip van den Toorn een personage dat vanaf het verzopen land van onze streken met een verrekijker naar de overkant van de oceaan stond te koekeloeren. Daar stond alles in de fik, behalve een fier in de wind wapperende Stars & Stripes. Commentaar: ‘Ik geloof dat ik onze eigen rechtse gekken opeens koddige lieverds begin te vinden.’ Say no more. Vreemde ontwikkelingen, inderdaad.
Gisterenavond vermaakten wij ons met Dimitri Verhulsts filmdebuut Waarom Wettelen? (2024). De ernst des levens behoeft ook wel eens wat frisse wind, zoiets. We verbeten trouwens ook wel een traan. Dit laatste vermeld ik nadrukkelijk om de oprechtheid te demonstreren van onze inspanningen af en toe contact te houden met wat er op het vlak van de Cultuur zoal geboden wordt. Over de plot wil ik niets meer verklappen dan dat ene Christine dood is en dat de overledene een onverwacht idee heeft over waar haar laatste rustplaats moet zijn. In Wettelen, zoek het maar eens op. Daar gaat de film dus over. Waarom in Wettelen? Enjoy!
Toen ik mijzelf nog serieus nam, en les gaf om mijn burgerbestaan te kunnen bekostigen, say no more, was één van mijn favoriete onderwerpen Waiting for Godot (Samuel Beckett, 1954). Plot: twee mannen wachten op Godot. En die komt niet.
Dat riep vragen op in de klas. Wie is die Godot? Wie zijn die mannen? Waarom komt – ie niet? Ik kan me de gezichten van al die leerlingen nog scherp voor de geest halen. Dat van één vooral, die zat altijd pontificaal op de achterste bank, alleen, want ze had veel tassen: ‘Waarom moeten wij naar die onzin kijken?’ Ik zal haar naam niet noemen. Ze is nu een gerespecteerd juriste.
Enfin, en ik dan aan het uitleggen want zulks was vastgelegd in mijn arbeidsovereenkomst. Nee, dat is niet aardig. Ik had er echt lol in, en dat mij die later verging had niks met die kinderen te maken.
De Tweede Wereldoorlog haalde ik erbij, kom daar maar eens omheen. Nu, daar hadden ze al wel eens van gehoord. Van Beckett niet, terwijl die later toch een Nobelprijs had gekregen. Het Existentialisme was nieuw. Ik toverde verhelderende schema’s op het bord. De mens wordt naakt in het naakte bestaan geworpen. Dat is onherbergzaam. Er is geen zin dus die moet de mens zelf maar verzinnen. Dat lukt niet zo goed. Daarover communiceren lukt ook niet. En dan weer terug.
‘Moeten we dat weten voor de toets?’ Niks was zo gemakkelijk om het Absurdisme uit leggen aan de hand van die ene vraag. Ach, die laatste twee uren op de vrijdagmiddag in lokaal C24.
Terwijl wij naar de beelden van Waarom Wettelen? keken, kwam dit allemaal boven borrelen. Ouderdom. Ik keek naar twee films. Of nee, drie. En dan zat ik ook nog samen met mijn vrouw te kijken, die mij ondervroeg over het vraagstuk hoe het kwam dat de pindarotsjes nou al op waren. Vier.
En ik keek naar de wolken boven de velden langs de wegen waar die stoet voorbijtrok, op weg naar Wettelen. Ik hoorde de wind in de blaadjes van de bomen die daar fier stonden te wuiven. Ik hoorde de vogels
Plaats een reactie